Jacobus KloppenburgAmsterdam (Nederland) 1930 tentoonstelling vanaf 29 november 2008 in de Verbeke Foundation Oeuvre van Jacobus Kloppenburg aanzien als afval Artikel NRC HAndelsblad 23 januari 2009 > De nachtmerrie van Amsterdam: Het Archief van de Toekomst van Jacobus Kloppenburg door Anne Berk Op 13 oktober 1997 werd het atelier van Jacobus Kloppenburg (1930) op last van de gemeente Amsterdam haastig ontruimd wegens brandgevaar. De complete inventaris werd opgeslagen in 13 containers en vervolgens wist niemand meer wat ermee moest gebeuren. Na elf jaar juridisch touwtrekken en 500.000 Euro aan opslagkosten, werd het Archief van de Toekomst op 6 mei 2008 verbrand. Heeft de kunstenaar recht op schadevergoeding? Was dit Archief een grenzeloos kunstwerk of een onafzienbare puinhoop? Bekijk de overgebleven werken van Kloppenburg bij de Verbeke-Foundation en oordeel zelf. We schrijven 19 november 2001. Ergens in de Amsterdamse haven staat een groepje mensen kleumerig te wachten tot de oranje containers worden geopend. Onder hen bevinden zich de advocaat van de Gemeente Amsterdam en twee experts van Instituut Collectie Nederland die de wethouder en staatsecretaris van der Ploeg moeten adviseren over deze zaak. Jacobus Kloppenburg wordt vertegenwoordigd door kunstenaar Waldo Bien. Eén voor één worden de deuren geopend, en stilzwijgend aanschouwen de aanwezigen de onafzienbare chaos. Concrete voorwerpen zijn moeilijk te onderscheiden. Planken, takken, huisraad, beschilderde en gebroken vensterramen, autodeuren, waardevol en waardeloos liggen in een onontwarbare kluwen dooreen, maar als bij het openen van de twaalfde container (de dertiende is verdwenen) een stapel pasteltekeningen zichtbaar wordt kan de expert van Instituut Collectie Nederland zich niet beheersen. ‘Waarom heeft u deze er niet uitgehaald?’ vraagt hij, als Waldo Bien de tekeningen één voor één op de grond uitspreidt: een serie met ritmische tekens die in een vloeiende beweging op papier zijn gezet, en een volgende reeks waarin de tekens zich transformeren tot schichtige dieren. Ze hebben de oren gespitst, klaar om bij het minste geluid uit de tekening weg te vluchten. Met deze pasteltekeningen, die hij in 1985 voor het eerst in museum Fodor exposeerde, werd Kloppenburg bekend. Artwareness Het Archief van de Toekomst was het sediment van de ervaring van de kunstenaar, en tot het moment van ontruiming was het voortdurend aan verandering onderhevig. Kunstwerk en inspiratiebron liepen vloeiend in elkaar over. Bij kaarslicht wekten de vluchtige schaduwen van deze bonte verzameling wonderlijke wezens tot leven, die Kloppenburg wist te vangen op papier. Overdag vertelden de voorwerpen weer een ander verhaal. Soms ging het om industrieel vervaardigde gebruiksvoorwerpen, soms om natuurlijke materialen, die bij voorkeur werden gecombineerd om de kloof tussen mens en natuur, tussen verstand en gevoel te overbruggen.‘Artbiosis’, noemt Kloppenburg dat, ‘het vervlechten van categorieën.’ Zijn atelier werd bevolkt met geïmproviseerde sculpturen als een bril met een montuur van stukken schenkel, een 19e eeuws bronzen beeldje met een haarborstel in de hand, maskertjes van verdroogde avocadoschillen, enzovoorts. Het is een kwestie van zien, bewerking is niet altijd noodzakelijk. Zo bevatte het Archief ook een gebroken grammofoonplaat, vanwege de combinatie van de regelmatige groeven en de grillige barst. Of een doos vanwege de samenstelling van het kartonmengsel. Een ander selectiecriterium was de geschiedenis van een voorwerp. Jarretels uit de jaren’ 30, wervels uit Paaseiland, mangokistjes uit Ivoorkust, een trechter van gerecycled blik uit Kigali. Net als de dieren in zijn tekeningen is Kloppenburg altijd alert. Zijn zintuigen staan op scherp. De wereld is een onuitputtelijke bron van ervaringen. Het getjilpj van de gierzwaluwen in de dakgoot, de reflectie van een rood-groene trui op een witte muur, of de rooksporen van een roetkaars, alles is de moeite waard. Soft- & Artware: Artwareness, met andere woorden, kunst is een kwestie van verhoogd bewustzijn. Je kijkt er dan ook niet van op als Kloppenburg een bril opzet waaraan in het midden een poppenoog is bevestigd. Bij Kloppenburg zijn kunst en leven onlosmakelijk met elkaar verbonden, hetgeen hem de Max Reneman prijs opleverde, maar kan zijn werk het ook zonder zijn persoon stellen? Sommige voorwerpen onthullen zijn manier van kijken, bij andere is de toelichting van de kunstenaar vereist. Wat dat betreft zijn de 52 videobanden die G.J. Berkhof over de kunstenaar maakte, even waardevol als de materiële objecten. Maar niet iedereen is toegerust met een ‘derde oog’. Is het Archief van de Toekomst kunst? Megasculptuur De experts van Instituut Collectie Nederland, het hoogste adviesorgaan op dit terrein, durfden hun vingers er niet aan te branden. Sinds Duchamp in 1913 een fietswiel op een kruk van zijn handtekening voorzag, en bestempelde als kant-en-klaar kunstwerk, ‘readymade’, kan alles kunst zijn. ‘Of het hier een kunstwerk of oeuvre van enige nationaal of internationaal belang betreft, kunnen mijn medewerkers in de huidige situatieniet bepalen,’schreven de directeur van het ICN op 28 januari 2002 aan de Gemeente Amsterdam. ‘Dan zou het archief allereerst gereconstrueerd dienen te worden.’ Voor anderen stond het artistieke belang van het Archief buiten kijf. De Ierse professor Patrick Healy van de Free International University en kunstenaar Waldo Bien werkten meer dan vijf jaar aan een indrukwekkende oeuvre-catalogus over Kloppenburg, die in 2006 verscheen bij Wienand Verlag. De gezaghebbende Walter Hopps (1932-2005), destijds directeur van de The Menil Collection in Houston (Texas) en senior-curator van het Guggenheim Museum in New York, vergeleek deze ‘megasculptuur’ met de Merzbau van Kurt Schwitters. Het Stedelijk Museum onderschreef het belang en directeur Hans van der Grinten wilde het Archief graag presenteren in het Duitse Museum Moyland, zij aan zij met de befaamde Beuys-collectie. Van der Grinten beloofde het Archief te transporteren vóór 31 december 1997, toen het huurcontract van Kloppenburg’s atelier afliep en hij het pand moest verlaten. Slopersbedrijf Zolang wilde de huiseigenaar echter niet wachten. Hij wilde het pakhuis verbouwen tot luxe appartementen. En omdat hij bang zou zijn een bouwsubsidie mis te lopen. Op initiatief van een gemeente ambtenaar werd de brandweer erbij gehaald en verzocht om een verklaring van brandgevaar op te stellen, zo verklaarde een betrokken brandweerman later tijdens een rechtszitting. Alle brandbare voorwerpen moesten binnen twee weken worden verwijderend. Nadat de Gemeente uitdrukkelijk beloofd had de nodige zorgvuldigheid in acht te nemen, gaf de rechter op 13 oktober 1997 toestemming over te gaan tot ontruiming, veel eerder dan gepland. ‘Op deze korte termijn kan het museum het transport niet regelen,’schreef Van der Grinten aan Burgemeester en Wethouders op 9 oktober.‘Het gaat om een samenhangend kunstwerk van grote kunsthistorische waarde. Zonder een zorgvuldig en deskundig transport moet gevreesd worden voor onherstelbare schade, voor vernietiging van het Archief. Omdat wij nog slechts luttele weken verwijderd zijn van een professionele ontruiming door ons museum, verzoek ik u dringend om uitstel.’ De gemeente legde het verzoek van de directeur van Museum Moyland naast zich neer. De volgende ochtend stonden de verhuizers op de stoep, de firma Schmidt, die bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als aannemer van sloop- en grondwerken. De ontruiming geschiedde zoals men van een slopersbedrijf kon verwachten. Alles werd gewoon de containers in geschoven, zonder enig onderscheid. Hoezo zorgvuldig? Vervolgens stuurde men Van der Grinten de rekening à f 72,000,- die hij, verontwaardigd over zoveel brutaliteit, weigerde te betalen. Enkele weken voor Jacobus Kloppenburg (1930) de eretribune van de kunst zou bestijgen, en het ‘Archief voor de Toekomst’ de zalen van Museum Moyland zou sieren, gooide Amsterdam roet in het eten. En Kloppenburg? Aan de vooravond van de ontruiming scharrelde hij voor het laatst door zijn atelier aan de Lauriergracht. Hij blikte terug, nam objecten in zijn hand, en stond stil bij de ervaring die ze voor hem vertegenwoordigden. Toen spreidde hij lange reeksen fietsbanden over de hoogopgetaste goederen heen, waarop hij in een bijzonder schrift met de grootste zorg lange teksten had aangebracht,: Thrasthethical Litterarture/visible language of a culture…. Hij sprak de woorden hardop uit, triomfantelijk: Artvention!: life = artventure! De verhuizers waren niet onder de indruk… Droogstoppels Van oktober 1997 tot mei 2008 lag het Archief à raison van 2000 euro per maand te verkommeren in containers in de haven van Amsterdam. In een jarenlang juridisch steekspel speelden de gemeente en de kunstenaar elkaar de Zwarte Piet toe. ‘Wij leven in een land van droogstoppels. Dat er zó met kunst wordt omgegaan!! Wij willen dat de gemeente haar excuses maakt, en de consequenties draagt voor de vernietiging van het Archief’ verklaarde de kunstenaar, vriend en zaakwaarnemer Waldo Bien. Het Artchive moest alsnog een publieke bestemming krijgen zoals oorspronkelijke de bedoeling was. Het was hoog spel. Schadevergoeding of vernietiging, wat zou de rechter beslissen? De gemeente vroeg het hoogste adviesorgaan van de Minister, Instituut Collectie Nederland om een Salomonsoordeel te vellen: ‘Het herstel van de ordening zou twee ‘kunst-archeologen’ enkele jaren werk kosten, waarmee een bedrag tussen de 325.000 en 435.000 euro is gemoeid. De structurele kosten voor beheer van het archief worden geraamd op 200.000 euro per jaar, afgezien van de kosten om het archief te restaureren en presentabel te maken,’ schatte het ICN, ‘maar vanwege de hoge kosten is dit geen reële optie’. Dus deed men Kloppenburg op 13 maart 2002 een voorstel: Het Archief zou gratis worden aangeboden aan Waldo Bien, en, ter compensatie van door de gemeente Amsterdam gemaakte onkosten moest Kloppenburg een kunstwerk voor de Gemeente Amsterdam maken. Zo niet, dan zou de gemeente tot vernietiging van de kunstwerken overgaan. Kloppenburg voelde zich gechanteerd. Op 28 maart 2002 liet hij via zijn advocaat weten niet op dit voorstel in te gaan. Het Archief diende te worden teruggebracht in de staat waarin het zich bevond voorafgaand aan de ontruiming. De zaak raakte in een impasse. Ondertussen las de kunst mecenas Geert Verbeke een artikel over de opgeslagen containers met Kloppenburg kunst, en dat prikkelde zijn verbeelding. HIj bezat een transport en containeroverslagbedrijf in Antwerpen, maar had zijn bedrijf verkocht om een kunstsite te beginnen, de perfecte bestemming voor de kunstcontainers. Verbeke probeerde in contact te komen met Jacobus Kloppenburg, maar hij was te laat. Toen Waldo Bien op 8 mei 2008 zijn beklag deed in de Amsterdamse gemeenteraad, had de verantwoordelijke ambtenaar Els Iping de containers twee dagen daarvoor al laten vernietigen. Hoe heeft het zover kunnen komen? Waarom deed Rudi Fuchs niets, de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum, die op de hoogte was gebracht? Waarom liet de gemeente Amsterdam de privé belangen van een huiseigenaar zwaarder wegen dan het verzoek van een buitenlandse museumdirecteur? Onderzoek is moeilijk. De containers met kunst zijn vernietigd. Vast staat dat er grove fouten werden gemaakt. Amsterdam moet zich diep schamen. 10 november 2008 door Anne Berk G58-G59 MASS-AKKER > kunstenaarsgroepen brengen hommage aan G58 29 november 2008 - 24 mei 2009 collectie collages en assemblages > website: Artchive for the Future >> |
Bruikleengevers: Jacobus Kloppenburg Waldo Bien Archive F.I.U. Free International University Amsterdam FIUWAC, Free International University World Art Collection Collectie L&B Darras, Gent. 



MODERN ART - WHO CARES? werk van Jacobus Kloppenburg - Artchive for the future werk van Jacobus Kloppenburg - Artchive for the future
|